De MWALIMU is dood De rouw periode was afgekondigd naar het overlijden van de Mwalimu Julius Nyrere. De Mwalimu was de eerste president van Tanzania na de onafhankelijkheid en was ondanks zijn aftreden eind jaren tachtig nog steeds ongelovelijk populair in zo wel binnen als buiten Tanzania. Nu wordt van veel afrikanen altijd beweert dat zij niet kunnen plannen. De dood van Nyrere bewijst gedeeltelijk het tegenovergestelde. Net als elke oude man, wordt Nyrere ziek. De kranten melden dat het volk zich geen zorgen hoeft te maken, het betreft een gewone griep. Als de griep na een paar dagen nog steeds aanhoudt, wordt meneer voor de zekerheid overgevlogen naar Engeland voor een nader onderzoek. Daar terplekke aangekomen weten de engelse doktoren te melden dat het niets ernstig is, maar ter observatie moet hij toch wel een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Wie zijn wij om aan de diagnoses van de doktoren te twijfelen. Na een paar dagen verergert de situatie van Nyrere aanzienlijk en kan hij niet worden vervoerd. De daaropvolgende dag weet de pers te melden dat Nyrere behoorlijk is hersteld en verwacht wordt dat hij binnenkort naar huis mag. Helaas geraakt hij vlot daarna in coma. De situatie wordt nu met de dag een beetje erger. Een week lang, verslechtert de situatie van Nyrere met de dag. S'ochtends op de dag van zijn sterven, schrijven de kranten dat de Mwalimu niet meer beter kan worden. "Wat betekent dit?" Een paar uur later brengt de huidige president van Tanzania een persbericht met de ondertussen lang verwachte mededeling dat Mwalimu Julius Nyerere is overleden. Alle overgebleven gasten in de betere hotels worden gesomeerd onmiddelijk te vertrekken. Gelukkig hadden de meeste hotels al rekening gehouden met dergelijke acties en hadden ze vrijwel geen gasten in huis. Nu is de vraag, hoe de plechtigheden plaats zullen vinden. De expats in Tanzania hopen op een week vrij. Iedereen is stiekum bezig met het smeden van vakantie plannen en we lopen de deur plat van de directeur. Ali zou in eerste instantie om drie uur dezelfde dag bericht krijgen over een draaiboek. Om vier uur wordt hij geinformeerd dat de briefing is verschoven naar de volgende morgen, 10 uur. Om half elf ga ik voorzichtig informeren; De brieving is verschoven naar 2 uur. Twee dagen na het overlijden van Nyerere lees ik uiteindelijk in de krant wat de plannen van de overheid zijn. Helaas pindakaas een korte trip zit er niet in. Er worden in totaal de drie nationale vrije dagen afgekondigd en wel op maandag, donderdag en zaterdag. Op maandag en dinsdag wordt zijn lichaam, (de kist, volgens mij ligt zijn lichaam in een koelcel opgeslagen) door Dar es Salaam gereden. Donderdag is internationale plechtigheid. Voor Nederland komen Claus, Willem, en nog een paar andere kwibussen van het weer genieten. Op zaterdag, tien dagen na zijn overlijden, zal Nyerere worden begraven. Het leven verandert in die week dramatisch. Het is erg rustig op straat, alleen het aantal agenten neemt fors toe. Op TV en radio zijn alleen nog maar rouw nummers te horen en te zien. Al het nieuws is volledig in de ban van Nyerere. Sport: De trainer van het Nationale voetbal team brengt een bezoek aan het familie graf van Nyerere. Economie: De vakbondsvoorzitter zegt het zeer te betreuren dat Nyerere niet meer zal bemiddelen tijdens conflichten met de werkgevers organisatie. Internationaal nieuws: President Clinton brengt zijn condeleances over. Etc. Naast de rouwnummers worden ook veel documentaires over het leven van Nyerere uitgezonden. Als ik naar de beelden kijk, vraag ik me af waar ken ik die man toch van. Hij heeft een ondeugende blik in die ogen. Op eens weet ik het Toon Hermans. Geloof het of niet ik niet het gevoel of ik naar een compelatie van Tanzaniaanse nieuwjaarconferenties zit te kijken. Dit verschil wordt versterkt doordat zijn toespraken vol met humor blijken te zitten. In bijna elke scene ligt de zaal in een deuk van het lachen. En net als bij Toon kun je de grap aanzien komen. Een ondeugende glittering in zijn ogen verraadt hem. Ik ben benieuwd of in Nederland tijdens een cabaret voorstelling nog grap over hem zal worden gemaakt. Het zal wel niet. Samen met een paar Nederlanders beschouwen wij het verwerken van de dood in zowel Tanzania en in Nederland. Stefan, die al een aantal jaren in dit land vertoeft, weet een aantal mooie anekdotes te vertellen. Ik hoop dat ze net zo mooi op papier komen als uit zijn mond. In Tanzania wordt de kist niet door een paar daarvoor ingehuurde mensen gedragen. Als de kist arriveert voor de kerk, begraafplaats, of iets anders, vormen de mannen twee rijen van het voertuig tot aan de kerk. De mannen geven elkaar de kist door. Nu is zo'n kist behoorlijk zwaar en niet altijd blijkt men in staat de kist aan elkaar door te geven. Het kan dus voorkomen dat de kist valt, met alle hilariteit alom. Na de dienst, die overigens heel westers is, wordt de kist op dezelfde wijze terug naar het voertuig vervoerd. Het voertuig is vaak een middelgrote bus. De meeste mensen willen begraven worden op hun geboortegrond. Voor een groot gedeelte van de mensen in Dar es Salaam betekent dit een lange laatste reis. Nu zullen jullie wel verwachten dat de kist of in de laadruimte wordt geschoven of anders op het dak wordt bevestigd. Niets van dit alles, het wordt namelijk in het gangpad geplaatst. En dat is niet altijd even makkelijk. In de meeste ideale situatie, kan het achterraam worden verwijderd of open zodat de kist makkelijk kan worden geparkeerd. Maar net als bij parkeren, moet er soms verscheidene malen worden gestoken. Stefan weet te melden dat hij gezien hoe een kist door verschillende ramen de bus in en uit gaat. Ook bij het laten zakken van de kist kan er van alles fout gaan. Het laten zakken van de kist dient wel geleidelijk te gebeuren. Stefan heeft wel eens zien gebeuren dat een kist schuin het gat in gleed, en probeer dat maar eens te corrigeren. Eruit Afgelopen zondag kwam een van mij askaries me vertellen dat mijn mpishi (kok/schoonmaker) allerlei verschillende mensen naar mijn huis meenam. Die mensen zouden aantekeningen maken van mijn spullen en de mpishi zou een duplicaat van de sleutel hebben laten maken. Na deze informatie was het voor mij niet moeilijk om hem te ontslaan. Bij toeval was mijn huisbaas die zondag bij de buren, dus ik kon hem mooi vragen om de sloten te vervangen. Daags erop ontsla ik de mpishi. Uiteraard geeft hij niet toe een overval te ramen, maar wel dat hij mensen naar mijn huis neemt, die gewoon komen kijken uit nieuwsgierigheid. In het begin smeekt hij nog, maar later had hij zo iets van wat kan mij het eigenlijk ook schelen. Eigenlijk niet helemaal correct om iemand op dergelijke gronden te ontslaan. Hij deed zijn werk eigenlijk best wel goed. Aan de andere kant was hij ook niet helemaal te vertrouwen, behalve dat hij nogal behoorlijk snoepte , was hij nogal erg makkelijk met mijn geld, zodat ik op den duur maar iets van zijn salaris heb ingehouden. Hmm misschien wel sneu voor hem, maar mij komt het wel goed uit. De askaries zijn in ieder geval wel erg content. Stuk voor stuk zijn ze me komen bedanken en dat is op zijn minst verdacht. Welkom thuis Voordat ik weg ging heb ik samen met een aantal vrienden hier uitgebreidt zitten fantaseren wat ik allemaal ging doen in Nederland. Bovenaan aan mijn prioriteiten lijst stond met stip op eenzame hoogte, het eten van een frikandel speciaal met een patatje pinda. Als goede tweede stond een bruine boterham met kaas. Op weg naar het vliegtuig fantaseer ik over de weelde, die ik gauw tegemoet zal gaan treden. 7.30 uur is het zover ik stap uit vliegtuig, samen met nog twee nederlanders die ik ken vanuit Tanzania. Zij zijn consultants dus geen echte expats, maar toch, het schept een band. Al bij de bagage afhaal banden, zie ik de snoepautomaten. Tot mijn verbazing voel ik me eerder afgestoten dan aangetrokken tot de automaten. Aan de andere kant van de douane, heerlijk trouwens de efficientie, zie ik vrouwen met blonde haren, uitpuilende winkels die staan te glitteren, de veldslag tussen Sinterklaas en de kerstman. Zwart moet de mode zijn in Nederland, want iedereen loopt in vrijwel uitsluitend donkere kleding. Het facisme heeft de dames mode behoorlijk weten te beinvloeden. Lange donker leren jassen, samen mit blaues augen und blundes haren macht das ein wunder schones ehe frau. Buiten is het onheilsspellend donker, ondanks dat het onder tussen alweer 8.30 is. Het is bewolkt, zoals het bijna altijd bewolkt is in November en December in Nederland. Ik weet niet of het komt door het gebrek aan slaap of licht maar ik wil continue slapen die zaterdag. Maar die avond eet ik wel mijn patat pinda en frikandel speciaal. Twee weken later sta ik weer op afrikaanse bodem. Twee collega's zijn me komen ophalen. Met hun duik ik gelijk de kroeg in. Daar bezondig ik me aan afrikaanse witte wijn, erg lekker maar ook goed voor een kater. Net als in Nederland hoor ik ook hier de zin "Welkom thuis, vertel je verhalen". Ja welkom thuis waar dat ook mogen zijn. Kan dat niet anders? Al vrij snel na mijn aankomst, heb ik een auto aangeschaft, een echte Toyata Landcruiser 2. Een fijne off the road, maar belangrijker met VN nummer platen. Nu had ik in Nederland al wel wat rijlessen genomen, maar nooit de moeite genomen om af te rijden, dus was ik niet in het bezit van een rijbewijs. In Tanzania, kun je een zogenaamd learners drivinglicense krijgen. Je moet dan een "L" op je auto plakken. Je mag dan samen met een ervaren chaufeur gaan oefenen. Een VN nummerbord vrijwaart de chaufeur van eventuele vervolging bij verkeersovertredingen. De verleiding om alleen te gaan rijden is dan groot en voor je het weet, rij je overal naar toe, zonder rijbewijs en dus ook niet verzekerd. Als ik na een half jaar, eens informeer over de mogelijkheden om een rijbewijs te halen bij een chauffeur van kantoor, schrik over de enorme tijd die daarvoor nodig is. Het gaat me op zijn minst enkele vrije dagen, en dan wordt me alsnog aangeraden om enkele dollars onder de tafel door te schuiven. Een andere mogelijkheid is het betalen van een klein bedrag, vijf en zeventig gulden om precies te zijn. Dan bedraagt de tijd voor het verkrijgen van het papiertje nog maar slechts enkele uren. Een leraar van een driving school betaalt het geld aan een politie agent die het vervolgens allemaal regelt. De bureaus van zowel de normale politie als de verkeerspolitie liggen dicht bij elkaar. Ze worden van elkaar gescheiden door een open terrein dat dienst doet als een parkeerplaats. Beide typen heren en dames lopen arrogant en vol trots rond. De gewone politie draagt kaki kleurige uniformen en de verkeerspolitie is in het wit gestoken. Achter beide kantoren zijn enorme flats die uitpuilen van wasgoed spelende kinderen en vrouwen. In deze flats wonen het grootste gedeelte van de agenten. De buitenkant van zowel de flats als de bureaus zijn lange tijd niet meer geschilderd of op andere wijze onderhouden. Ook de binnenkant van het politiebureau is lange tijd niet onderhouden. De verf is geheel verdwenen en op sommige plaatsen zitten vuistgrote gaten in de betonnen muur. Als je binnenkomt, loop je tegen een lange houten balie aan, die over de hele lengte de ruimte scheid in de politie agenten en het gepeupel. De balie is aanzienlijk hoger dan je normalitair zou verwachten. De vloer aan de andere zijde is namelijk zo'n dertig centimeter hoger. Zelfs kleine agenten zullen zich letterlijk en figuurlijk verheven voelen boven het gepeupel. De rijleraar is hyper achtige kerel. Mager, smal en handelt continue erg snel. Hij lijkt me zenuwachtig, maar van de andere kant ook wel erg ervaren in het hele gebeuren. Hij heeft een zeer zakelijke benadering. Integenstelling tot de meeste tanzanianen is zijn begroeting koel en afstandelijk. Hij doet me denken aan drugdealers in films, die met zijn zo veelste transactie aan de gang gaan. De betrokken agent is ook niet echt vriendelijk, komt er stug en nors over. Is zeker niet gecharmeerd van grapjes, en laat duidelijk merken. Zijn houding verandert 180 graden als ik hem mijn auto laat zien. Het enige bijzondere van mijn auto met anderen zijn mijn VN nummerplaten. Hij hervind zijn spontaniteit en maakt grapjes bij de vleet. Natuurlijk lach ik beleefd mee. Ik heb mijn papiertje en daar het om. Verkiezingen in Tanzania In 1995 konden de Tanzanianen voor het eerst uit meerdere partijen kiezen. De verkiezing verliep toen allesbehalve als vlekkeloos. Soms ontbraken de stembussen en als die er wel waren dan waren de stembiljetten verdwenen. In een district werden 144 kiezers geregistreerd maar werden 244 stemmen geteld. In Dar es Salaam moest de stemming opnieuw plaats vinden. Op Zanzibar moesten de stemmen worden herteld opdat de CCM (de regeringspartij en de partij van Julius Nyerere) de grootste partij werd en niet de CUF. De CUF wil een afscheiding van Zanzibar. Een groot gedeelte van de CUF werd gearresteerd en zonder enige aanklacht gevangen gezet. Pas afgelopen maanden werd bekend gemaakt dat een rechtzaak tegen de partijleiding zou worden geopend, maar wat de aanklacht zou zijn is nog steeds nog niet duidelijk. Een aantal opositie partijen gaan de scheiding van de machten op de politieke agenda zetten. Uit bovenstaand voorbeeld mag duidelijk zijn dat een dergelijke scheiding in Tanzania niet aanwezig is. Het gemis van een dergelijke scheiding staat niet alleen een echte democratie in de weg, maar bevordert de performance van de overheid ook niet echt. Eigenlijk lijkt de overheid in Tanzania zich nooit verantwoordelijk voor iets te voelen. Ik let natuurlijk vooral op de wegen, die een heel beroerde staat kunnen hebben in Tanzania. Op een of andere manier is het niet mogelijk om de overheid aansprakelijk te stellen voor de misstappen die zij maken. De nederlandse staat is meerdere malen aansprakelijk gesteld voor ongevallen ten gevolge van achterstallig onderhoud van het wegennet. Ook in het huishoudelijk afval project, waarvan ik sinds kort projectmanager ben, bemerk ik een heel duidelijke band tussen de verschillende machten. De gemeenteraad van Dar es Salaam heeft het ophalen van huishoudelijk afval uitgesteed aan aannemers, voor elke wijk een. Er is er voor gekozen dat de aannemers ook de belastingen moeten innen. Betalen voor het ophalen van huishoudelijk afval is niet echt ingeburgerd in Tanzania. Het uitbesteden gebeurt ook niet voor niets. Eigenlijk is het afval in geen jaren oprgehaald. De vorige gemeenteraad is mede daarom vervangen door een benoemde gemeenteraad door de landelijke overheid. Veel burgers zijn daarom niet bereid om te betalen. Een vaak aangevoerd argument is dat de overheid dergelijke services voor niks zouden moeten leveren. De aannemers worden door gerechtelijk door de gemeenteraad ondersteund. Na een aantal aanmaningen, wordt de wanbetaler gesommeerd om langs de geschillencommissie van de gemeenteraad te komen. Komt de wanbetaler niet, dan wordt hij/zij de volgende keer gewoon gehaald. De wanbetaler kriijgt de vraag of hij/zij nu gaat betalen. Bij een negatief antwoord wordt de wanbetaler beboet voor het illegaal storten van afval. Een boete die vele malen hoger is dan het oorspronkelijke bedrag. Een systematiek die ikzelf had kunnen bedenken. Echter sinds een aantal maanden wordt het tijdelijk niet toegepast. Er wordt gewacht totdat de verkiezingen over zijn. Dergelijke acties zouden namelijk de CCM vertegenwoordigers stemmen kunnen kosten. Ik ben benieuwd of de achterstand na de verkiezingen worden weggewerkt. Net als in Nederland zijn de verkiezingen een spannende periode. Met hoge uitzondering ben ik op zaterdag aan het werk. Ik ben in Hanna Nassif, een wijk in Dar es Salaam. Het lijkt het meeste op een doolhof. De afrikaanse hutten met golfplaten daken, de kleine woningen en enkele villa's zijn kriskras door elkaar gebouwd, met recht een unplanned settlement. Soms zijn de straten zo nauw dat deze vermeden moeten worden door de big mama's. Met andere worden de ideale autoarme wijk. De ILO ondersteunt er een project door middel van ongevraagd advies. Ik heb afgesproken met een aantal voormalige medewerkers in het project. Uiteraard ben ik precies op tijd, hetgeen dus een uur of twee te vroeg is in Hanna Nassif. Deze twee uur geeft me mooi de tijd om de verkiezingsstrijd te bekijken in de wijk. Op een aantal zijn kleine discotheekjes opgezet. Tussen de nummers door wordt geroepen dat je wel op de DJ moet stemmen. Verder lopen er enkele artiesten rond. De een met een half levende slang, de ander op stelten, de andere loopt met een muziek instrument. Vooral kleine kinderen scheinen geinteresseerd in politiek. De man op stelten boezemt duidelijk ontzag in bij de kleinsten. Dat komt mede door het pak van veren en het masker van jute. De tijd vliegt als je het naar je zin hebt, want uiteindelijk ben ik de laatste die de vergaderruimte binnenkomt. Met een grapje over de man op stelten maak ik een verontschuldiging. Er wordt beschaafd maar vriendelijk gelachen. Wel goed maar niet gek Continue krijgen we optredens voorgeschoteld. Allerlei tanzaniaanse artiesten wisselen zich af. Arcobaten, dans-, en drumgroepen met als hoogte punt een massai groep die met hun stemmen het nieuwe jaar komen inluiden. Om vier uur s'ochtends nemen wij al onze nieuwjaar duik in het zwembad. Het feest werd voornamelijk door nederlanders bezocht en er waren redelijk vreemde gezichten. Een aantal nieuwe mensen maar er waren ook een behoorlijk wat vakantiegangers. Een jongen van een jaar of dertien en zijn moeder (halverwege de veertig) behoorden tot de laatste groep. Jaren geleden hadden beide in Tanzania geleefd. De vader van de jongen ligt In Tanzania begraven. Net als meeste blanken die in de tropen de dood vinden stierf hij aan auto ongeluk. Aangereden door een veel sterkere auto is hij, nog steeds in leven, naar een prive ziekenhuis in de stad gebracht. Het desbetreffende ziekenhuis voerde (voert?) het beleid dat ze geen slachtoffers van verkeersongevallen helpen. Vervolgens hebben ze hem naar het centrale ziekenhuis vervoerd. Daar werd het beleid gevoert dat een verkeersslachtoffer pas kan worden geholpen nadat hij/zij gehoord is door de politie. Zijn vrouw heeft toen een agent gehaald die in het ziekenhuis de nodige vragen heeft gesteld. Tot die tijd had nog niemand naar zijn bloedingen gekeken. Uiteindelijk is hij in dat ziekenhuis gestorven. Het jongentje vertelt me dat toen ze naar de begraafplaats gingen, uitgerekend op het graf van zijn vader een hele groep mensen zaten te wachten. En zoals altijd werd er veel gepraat en gelachen. Ik zit met verbazing naar de verhalen te luisteren van deze bengel. Het is een echte bengel, heerlijk irritant. Proost, op een mooi nieuw millenium en dat ze hierdaar een beetje wakker mogen worden. Toekomst? Ondanks haar positie in zuidelijk Afrika, is Harare een moderne europese stad. De wegen zijn geasfalteerd, ook in de minder bedeelde wijken, de huizen zijn stuk voor stuk in goede staat, je hebt echte toren flats en het mooiste is dat je met postbank pasje geld kunt pinnen. Tussen de wijken liggen hele lappen groen. Je ziet nauwelijk landrovers of jeeps, maar des te meer sedan wagens. Verder is zeker 5% van de bevolking wit. Voor mij is het verblijf in deze stad een heuze verademing. Niet alleen vanwege de stad, maar ook van de werkmentaliteit die binnen ASIST heerst. Helaas voel ik me bij de ILO nog steeds niet thuis. Er worden te veel spelletjes gespeeld, politiek bedreven en misbruik gemaakt van culturele achtergrond en onduidelijke procedures. Maar de vier dagen dat ik nauw met ASIST samenwerk, denk ik eindelijk dit is wel een organisatie waar ik het een paar jaar zou willen uitzingen. Nu bestaat ASIST bijna helemaal uit west europeanen, waarvan er ook nog vijf uit Nederland komen. En het mooiste is nog dat ik niet de enige fanatieke Feyenoorder ben. OK mijn broeder in de eeuwige strijd is wat minder streng in de leer (hij gaat niet altijd), maar het is wel lachen. Natuurlijk is het een en al koek en ei bij ASIST. Ten eerste is planning niet echt hun sterkste punt. Daarnaast bestaat de senior staf geheel uit specialisten. En net als alle specialisten letten ze veel op details en kunnen ze niet delegeren en personeel motiveren is zeker niet hun sterkste kant. Tijdens de bespreking wie de manager moet opvolgen, benadruk ik het belang van de management kwaliteiten van een manager. Opvallend is dat de seniors hierin niet of nauwelijks geinteresseerd zijn. De juniors en lager personeel daarentegen ondersteund mijn visie volkomen. Tijdens het maken van de voortgangsrapportage blijkt dat de gehele staf erg veel overuren heeft gedraaid. Gelukkig is iedereen het overeens dat dat eigenlijk van de zotte is. Bij het bereiden van het werkplan voor 2000, doe ik alle mogelijke moeite om de nieuwe manager te beschermen. Ten koste van alles moet ik voorkomen dat ze te veel inhoudelijk werk gaat doen. Ze noemen me nu bodyguard binnen ASIST, maar het is me wel gelukt. Ze zal wel niet de krant kunnen lezen op het werk, maar ze zal alleen optreden als resource person. Een ander punt wat me zorgen baart is de enorme participatieve benadering. Leuk hoor, meepraten maar echt efficient is het niet altijd. Desondanks ben ik wel geinteresseerd in een overstap over viertien maanden naar Harare. Het uitgaansleven is er ook niet verkeerd, alleen hoop ik dat tegen die tijd Zimbabwe zich eindelijk uit Kongo heeft terug getrokken. Want die oorlog doet het land geen goed. Economisch gaat het land snel achteruit. En dat kan wel eens negatieve gevolgen hebben voor de toch wel een beetje gestoorde verhouding tussen blank en zwart. Meten = weten of misschien toch niet Ik koop vrolijk in bij het art centrum en stap tevreden met mijn aanwinst weer in de taxi, op naar het vliegveld. De meter heeft er duidelijk zin. Als we bij het vliegveld aankomen is het eindtotaal 700 Zim$. Doei ik ben gekke Gerrit niet. De chaufeur heeft duidelijk aan de meter geknoeit. Ik maak hem duidelijk dat hij er echt niet op hoeft te rekenen dat ik dat ga betalen. Na een half uur onderhandelen, waarbij hij even dreigde de politie erbij te halen en ik blufte dat hij dat vooral moest doen (diep in mijn hart ben ik blij dat hij niet deed) ronden we het op 450 zim$. Het moraal van dit verhaal is eigenlijk voor mezelf bedoeld. Als een echte TeMa Ingenieur wil ik alles kwantificeren, maar als de meetmethode of het model niet betrouwbaar is dan heb je daar dus geen moer aan. |
![]() Paginas
Fotoboek
Gastschrijvers
Archief
|