Travelling really is a fool's paradise!
AFRICA MAKES ME KEEP COMING BACK AGAIN 15 februari 2001 Het plan was eigenlijk om nog de zelfde middag door te gaan naar Zanzibar, dus chaos alom. Even de tassen bij Karen en Jasper naar binnen gegooid, en even hoi gezegd natuurlijk, en daarna de stad in om tickets te kopen. Maar vanwege de onrusten op Zanzibar hebben we de hele trip op het laatste moment toch even uitgesteld. En achteraf gezien bleek dat wel zo verstandig. Dus de eerste nacht toch maar vertrouwd in mijn 'eigen' bedje bij Karen en Jasper geslapen. Daarna begon de eerste week nog steeds wat chaotisch en jachtig omdat mijn prof Sjoerd uit Nederland hier een weekje was en van alles wilde zien. Dus de eerste dag al weer op pad gegaan om visjes te vangen. Dit was even om hem te laten zien hoe en waar je visjes vangt, maar ook dit keer is het bezoek helemaal gericht op mudskippers. Terug zijn was eigenlijk alleen de eerste dag een beetje apart. Min of meer thuis komen in een gespreid bedje. Letterlijk wat de kamer betreft, maar verder zijn Jasper en Karen er natuurlijk en tot afgelopen vrijdag was Jan Willem er natuurlijk ook nog steeds. Alleen Monique was nieuw en hond Berta natuurlijk. Kosov kwam direct kwispelend aan rennen en was bere blij met een bot uit NL. Weer gewoon in het Swahili groente vragen aan de groenteboer en daladala in en uit springen om de stad door te crossen. Heel eventjes vreemd, maar vooral ook heel gewoon, alsof ik maar heel eventjes in NL was geweest. En dat idee komt zeker ook doordat ik een aardige indruk lijk te hebben gemaakt op een aantal mensen. Het supermarktje op de universiteit was ik nauwelijk binnen gestapt of de eigenaar riep me direct, 'He, Hoes!'. Geweldig dat ze gelijk je naam onthouden. En vervolgens niet veel later bij het universiteits zwembad ook al, 'He, why where you suddenly gone, where have you been?'. 'Oh, last van je arm gehad, pole sana, welcome back! How many laps do you swim today?'
Af en toe snap je ze gewoon even niet, want meestal zit er niet alleen een ongelofelijke papierwinkel aan even iets regelen vast, maar duren ook de gekste dingen al uren. Zo was ik afgelopen weekend met Hein en Sandra (beiden ook uit Nijmegen) en een Kenyaan wat gaan drinken in een barretje. Om 22.30u lusten we er ook wel wat te eten bij. Dus bestelden frietjes bij de vrouw die ons met drank bediende. 5 minuten later kwam ze terug met een jongen die wel engels sprak (kennelijk vond ze het in het swahili niet duidelijk genoeg). Toen ging ie weg frietjes bakken. Drie kwartier later hadden we nog geen frietjes, dus maar eens gaan zeuren. 10 minuten later waren de frietjes er. Oh, willen jullie er tomatensaus bij, haal ik even. En toen wij allemaal onze frietjes op hadden, 10 minuten later alweer, kwam de tomatensaus. Oh, sorry. Weer 5 minuten later liep ik naar een emmer met een tapkraantje om mijn handen te wassen. Helaas, leeg. Nogmaals 10 minuten later (letterlijk) komt die ene jongen vanuit het niets met een kan water aan. Ik was mijn handen terwijl ik rustig doorpraat met de rest. Vervolgens wil Hein zijn handen wassen en die keek heel stomverbaasd toen die jongen dat niet merkte en direct met het water weg liep toen alleen ik mijn handen gewassen had. Aan het hete plakweer alleen die vertraging in regelwerk toch niet liggen. Maar sommige dingen weet je al voor je weer in Afrika geland bent, dus al is het soms stom of vervelend, echt erg vind ik het niet, het heeft wel wat. Het hoort zo bij Afrika. Uiteindelijk is het alleen maar weer leuk om weer terug te zijn. 27 november 2000, vanuit Nederland 23 juli 2000, Eindelijk! Donderdag was het weer feest, weer een gunstige eb overdag, dus visjes vangen! We dachten handig te zijn en dus weer naar de plek toe te gaan waar we 2 weken geleden zo'n hoop mudskippers gezien hadden. Dus alle netten en ander spul weer in de auto en karren maar. Door het dorp heen, smal graspaadje op en weer de bush in. Emmers uit de auto en te voet de mangrove in. Maar toen we er eenmaal waren bleek het er toch iets anders uit te zien dan de vorige keer. Niks plassen water vol visjes die alle kanten uit skippen, maar een grote zandvlakte met mangrovestruiken/-bomen enne... geen druppel water, maar barsten in de grond van 2cm breed. Droog dus. Heel droog. Dus je zou verwachten dat een beetje normale vis zoiets heeft van 'bekijk het maar, ik ben weg!', maar deze visjes zijn vrij honk vast en hebben holen waarin ze wonen. Maar dit was toch wel erg droog, dus ze zouden nou toch zeker wel weg zijn. Even goed kijken en ja hoor, daar piepte zo'n belachlijk beest uit een hol. Levend en wel, maar een beetje slaperig en sloom. Een eindje verderop in een barst vonden we er nog een. Gewoon visjes in de droge gebarsten modder! Nou ja, visjes... Later heb ik het nagekeken en die visjes zaten gewoon al twee weken lang in te drogen terwijl er steeds meer water verdampte. En de visjes die we niet gevangen hebben zitten er nu nog. Nog steeds zonder water, waarschijnlijk krijgen ze pas aanstaande vrijdag weer water! En dan gaat dat niet toevallig nu zo, maar gewoon iedere maand! Alleen bij nieuwe maan een keer een plens water om de hele maand van te leven in de hoop dat er in je hol diep onder de grond nog een plasje overblijft om je in terug te kunnen trekken. Ok, ik wist dat ze uren op het land kunnen overleven, maar dit, dit is toch wel een beetje extremer nog. Rare visjes, interessante visjes dus. Ben benieuwd wat ze nog meer aan rare staaltjes gaan laten zien. Zoals overal vind ik het ook hier leuk om te fietsen. Dus af en toe op de stalen India fiets van Karen naar de universiteit toe. Alleen ligt de universiteit op een heuvel en dan is zo'n India fiets niet altijd even handig, want tegen de tijd dat je 's ochtends boven bent, ben je alweer aan een douche toe. Da's nie handig dus. Vanochtend wilde ik weer even naar de universiteit fietsen om mijn visjes water te geven en te voeren. Andrew, onze askari*, bood aan dat ik op zijn mountainbike mocht gaan. Leuk idee, Halfords-mountainbike met 21 versnellingen is toch makkelijk heuvel op. Het was even uitvinden hoe ik moest fietsen omdat de ketting te oud is, maar toen fietste het prima. Beetje veel aandacht, maar dat is altijd leuk. Al boven op 'the Hill' begon het te regenen. Geen gezeik, in Nederland word je wel vaker nat dus gewoon doorfietsen. De visjes waren blij om me weer te zien, of misschien eigenlijk wel alleen maar blij met voer. Terwijl ik op de afdeling was regende het rustig door, maar toen ik naar huis wilde was het weer droog. No problem dus. Vervolgens weer lekker op de mountainbike bergaf knallen en over de speedbumps stuiteren. Even banaantjes kopen en doorfietsen. Dit keer met nog meer aandacht dan anders, geen idee waarom. Tot ik thuis kwam en Andrew in de lach schoot. Bij nader inzien toch niet handig met een beige broek en een wit t-shirt op de mountainbike door de regen. Beetje modderstreep tot in mijn haar en mijn gezicht. Zo'n ranzige mzungu * was kennelijk toch al die aandacht wel waard. Maar die mzungu had wel weer lekker een stukje gefietst en doet dat de volgende keer uiteraard net zo hard weer. Ik heb niks tegen een beetje modder. 16 juli 2000, Vissies! Stil zitten met een hengel in je hand, nee, vissen is niks voor mij, toch? Maar hier in Tanzania ga ik daar opeens anders tegen aan kijken. Niet tegen dat stil zitten met die hengel, daar heb ik nog steeds geen trek in. Wel tegen dat vissen op zich. Want na een aanvankelijke trage start in verband met de papieren rompslomp voor de universiteit en de immigration (die nog steeds niet rond is na 1 van de 4 mnd, schiet lekker op hier in Tanzania) en wat ander georganiseer zijn we dan toch aan het werk gekomen. Toch al een paar keer visjes gevangen. Leuke visjes maar lelijke visjes, eigenlijk. Visjes vangen komt hier neer op met z'n vieren tot over je knieen door de stinkende mangrove modder stappen en goed opletten of je tussen al het bruin iets van precies hetzelfde bruin weg ziet springen. Niet rennen zoals al die andere bruine dingetjes maar echt springen. Dan bestaat de kans dat het een visje is. Mudskipper dus, of katamto (cross-the-river) in het kiswahili. Nog een heel geworstel om de visjes te vangen. Het onhandige is dat ze heel snel kunnen zwemmen, heel snel kunnen rennen en heel snel over het water heen kunnen springen. Denk je net zo'n visjes onder je netje te hebben, glipt ie nog net weg en dan als een platte steen die je over het water scheert ketst ie over het wateroppervlak weg. Ja, een vis dus. Of voor het zelfde geld duikt ie naar beneden een hol in de modder in. Uitgraven heeft geen zin, want hij komt 1 meter verder weer uit een ander gat piepen. Al met al heeft het dus weinig met vissen met een hengel te maken want daar trappen deze beesjes dus echt niet in. Regelmatig zit je allemaal vol modderspetters en het visje is even een meter verder geskipped en bekijkt de boel vanaf daar rustig met de twee knikkertjes die bovenop z´n hoofd zitten. Afgezien van die twee knikkertjes zijn ook de vinnetjes wat anders. Bovenop twee oranje gestreepte zeiltjes die omhoog gaan als ze boos zijn, onderaan twee borstvinnetjes die als pootjes naar voren kunnen worden geklapt en op de buik twee vinnetjes waarmee ze met gemak ergens tegenaan geplakt kunnen hangen. Kortom, echt een vis. Na heel wat gespetter en een hele hoop lol hebben we inmiddels 3 dagen visjes gevangen op verschillende lokaties. Aanvankelijk wilde ik in het veld monsters nemen, maar dat werkt dus echt niet in die modder. Dus dan maar gewoon visjes in de emmer. Voor in de grote project-jeep en dan emmer visjes tussen je benen houden. Het effect als er op de universiteit opeens een bemodderde blanke in korte broek en op blote voeten met een emmer uit een 4-wheeldrive springt is leuk, volop aandacht in elk geval. Eenmaal terug op de universiteit overzetten in een groot aquarium. Gewoonlijk leven ze dus in de mangrovebossen. Door het grote getijdenverschil vallen die grotendeels droog tijdens eb. En in plaats van dat deze visjes met het water mee de mangroves uitgaan (zoals de meeste andere vissen doen) blijven ze lekker zitten en wandelen over de modder om op jacht te gaan op allerlei kleine kreeftjes. Dus dat heb ik op de universiteit een beetje nagebouwd. Bak schuim gezet, plens water en een paar handen stinkmodder erin, stuk hout en dan visjes erbij. Tot onze grote verbazing bleven ze leven. En toen we na drie dagen kreeftjes in het zeewier hadden gevangen begonnen ze zelfs enthousiast te eten, dus al helemaal gewend aan hun aqua-/terrarium. Ze gaan gewoon op jacht. Op hun vinnetjes sluipen ze als een kat dichterbij en dan met een slag met de staart een sprong maken en hap. Nog altijd is er nog geen enkel visje doodgegaan. Althans niet uit zichzelf. Gewoon visjes uit de bak pakken als ik ze nodig heb, dat gaat veel makkelijker dan verwacht. Later deze week gaan we weer in de modder spelen om visjes te vangen en dan binnenkort experimentjes in het lab doen. Gaat dus heel goed. Niet alleen is het leuk buiten het werk om, maar ook het werk wordt zo heel leuk. Zelfs de tanzanianen komen regelmatig vragen wat dat toch voor een beesten zijn, 'hè, vissen? dat?'. En als je dan zo op het lab bezig bent en je kijkt een keer naar buiten heb je kans om een aapje recht in de ogen aan te kijken. Dan weet je gelijk weer waar je ook alweer was, oh ja Afrika. Dit is toch wat anders dan die andere beton kolossen van de universiteit in Nijmegen. Hier staan minstens even lelijke beton kolossen, maar dan met apen erop. Dat heeft ook wel wat. En dan aan het eind van de dag weer met een hele meute afrikanen in een minibusjes gepropt terug naar huis. Zo zorg je er in elk geval voor dat je jezelf er keer op keer aan herinnert waar je ookal weer was. Busje in, busje uit, busje in en op de CocaCola-road er weer uit. Weer thuis. Toch best vermoeiend, werken hier in de warmte en het stof, maar leuk. 25 juni 2000, Here we are again, back in Africa. ‘huis’ is ‘Jasper & Karen Residence’. Jasper en Karen zijn twee nederlanders die hier in november naartoe gekomen zijn en hier een baan gezocht hebben. Ze hebben een groot huis en zijn toen op het idee gekomen om studenten in huis te nemen. Dus nu wonen er iedere keer een aantal studenten voor een aantal maanden hier in huis. Ieder werkt ergens anders, maar waar het uitkomt wordt gezamenlijk gekookt. Heel gezellig, maar wel apart om hier zo’n thuis te hebben. Doordat er nu zo’n plek met nederlanders is waar je iedere dag weer thuis komt is het wel even anders dan Afrika vorig jaar toen ik 6 maanden in de bush van de Centraal Afrikaanse Republiek gezeten heb, dit is eenbeetje geciviliseerder. Maar dat dat ook maar heel relatief is merk je al gauw. De universiteit bijvoorbeeld is gewoon Afrikaans. ‘s Ochtends lift ik de paar honderd meter van het huis naar het eind van de straat waar een grote daladala-halte is. Dan prop je jezelf bij die 24 anderen in het busje richting universiteit. Daarna is het 15 minuten stuiteren met die daladala terwijl ie om de 200m stopt om mensen bij of uit te laden. Al met al niet bijzonder comfortabel, maar het kost dan ook maar 30ct. De campus is heel mooi, alleen de gebouwen wat minder. Een grote verzameling aftanse gebouwen die 10 jaar geleden al een nieuwe laag verf hadden moeten krijgen, is uitspreid over een glooiende heuvel. Tussen de gebouwen lopen overdekte wandelpaden en er staan een hoop grote bomen en gras overal. Het geheel ziet er gezellig uit. Vandeweek kwam ik ‘s ochtends aan lopen en waren er zelfs apen aan het spelen voor de deur van onze afdeling, wel grappig. Mijn kamer is op de begane grond en er zit niet zoveel glas meer in de ramen en dan worden apen toch iets minder handig. Al het etenswaar wat je laat staan verdwijnt al gauw door de tralies naar buiten. Maar ja, we kwamen hier toch voor Afrika, dus dan nemen we dat op de koop toe. Tot noch toe heb ik nog niet zoveel kunnen werken, maar dat komt nog wel. Eerst zijn we deze week bezig geweest met het verzamelen en invullen en laten ondertekenen van allerlei formulieren en daarna ben ik begonnen met de voorbereidingen door alvast fixatieven aan te gaan maken. Deze week was al een deel van de spullen die ik opgestuurd had aangekomen. Aanvankelijk had ik het idee dat ik wel overdreven veel spullen mee had genomen, in het gebouw van de afdeling is namelijk een hele hoop aanwezig, dat wil zeggen dat ik al van alles zag liggen. Veel is er dan wel maar het staat allemaal ‘ergens’ in het gebouw. Dus iets meer tijd uittrekken als je materiaal van de afdeling wilt gebruiken. De chemicalien had ik zelf meegebracht en ook een hoop ander materiaal. Dus ik had nog maar een paar dingetjes nodig. Een balans om poeder af te wegen. Oh, die staat daar boven ergens in een van die dozen, eh, ik denk dat het deze doos is, ja. Afsluitbare glazen of plastic flessen van 0,5L? Ehm, die hebben we niet, of nou misschien. Eens kijken, ergens in dit potje met 50 sleutels moet ergens de goede zitten, o ja, deze is het. Deze is van de ‘explosive store’. Dat bleek een soort bunker te zijn die twee gebouwen verderop stond, helemaal vol mos en gras van buiten en vol mos en stof van binnen. Zodra we binnen stapten vlogen vleermuizen naar buiten. Een enorme verzameling potten met chemicalien die daar zo te zien 10jr geleden waren neergezet en waarvan er nog maar een paar sinds die tijd gebruikt zijn. Ergens op de vloer stond in het donker de verzameling flessen die de technicus in gedachten had. Ja, ze zijn nieuw en hebben in een doos gezeten, maar de termieten hebben de doos opgegeten, dus nu zitten de flessen nogal vol zand en zo, maar dat is alleen de buitenkant. Ok, verder nog wat nodig? Nou, dit keer dus niet, maar de tijd schoot wel op zo. Zo vroeg ik vrijdag weer om iets dat blijkbaar moeilijk was en toen bleek er ook nog een opslag plaats te zijn vol tenten en vooral veel dozen met nieuw glaswerk dat zo jaren geleden uit Europa verscheept is. O, hadden we dat ook nog, goh dat kunnen we later deze week wel gebruiken, neem maar mee. Kortom, het is overal een enorme verzameling bestofte dozen en overal staat alles dwars door elkaar heen waardoor er nauwelijks werkruimte over is. Heel handig. Dus ik zorg dat ik mijn eigen spullen wel bij me houd, eenmaal schoongepoetst blijft het op mijn kamer, dan kost het tenminste niet weer uren om alle standaard dingen bij elkaar te zoeken. En nog steeds heb ik geen visjes gezien, maar dat komt komende week. Deze week is het overdag vloed en dus staan de mangroves waar ik mijn visjes ga vangen vol. Dus we gaan deze week al wel even kijken hoe het er daar uit ziet, maar visjes vangen doen we volgende week als het overdag eb is. Ik ben benieuwd. Deze week maar besteden aan het verzamelen van alle bijnodige materialen, want als ze er al zijn zullen ze wel uit alle hoeken van het gebouw moeten komen. Beetje leren hoe alles aan te pakken, maar volgens mij moet het dan uiteindelijk wel gaan lukken. En na het werk dan weer terug in de daladala met al die andere Tanzanianen, tenzij mijn begeleider me naar huis brengt. Boodschappen doe gaat daarna weer gewoon op zijn afrikaans in stalletjes langs de weg met vrij klein assortiment. Of zoals gisteren de grote groentemarkt in de stad af. Al met al is het minder basic dan de Centraal Afrikaanse Republiek vorig jaar, maar het blijft Afrika. En om te werken is het op zich wel handig dat sommige dingen iets beter georganiseerd zijn, maar nog steeds nergens vanuit gaan. Vanavond weer voetbal kijken, dit keer niet in het Sheraton maar bij een van de nederlanders thuis. Eerst boerenkool met worst eten en dan oranje kijken. Karibu Tanzania! |
![]() Paginas
Fotoboek
Gastschrijvers
Archief
|